Zoeken

Login

Vereniging van Europese producenten van laminaatvloeren
EPLF Laminat von A-Z

Laminaat van A-Z

Afvoer

Legresten van laminaatvloeren kunnen gewoon met het huisvuil worden afgevoerd. Complete, versleten vloeren kunt u het best naar een vuilinzamelpunt te brengen. Aangezien laminaatvloeren overwegend uit hout bestaan, kunnen deze zonder bezwaren worden verbrand.

Belastingsklasse

Kwaliteitscategorie volgens Europese norm EN 13329, die het toepassingsgebied van een laminaatvloer aanduidt. Er wordt onderscheid gemaakt tussen "wonen" en "industrieel" en tussen matig, normaal en intensief gebruik. Deze klassen worden met pictogrammen op de productverpakking vermeld.
Voor meer informatie: EPLF® Belastingsklassen

Bestendigheid tegen brandende sigaretten

Aanwijzing over het gedrag van een laminaatvloer bij brandende sigaretten. Vanwege het poriënvrije oppervlak en de hoge temperatuurbestendigheid van de overlay met melaminehars-coating kunnen er op laminaatvloeren geen zichtbare beschadigingen door smeulende of uitgetrapte sigaretten ontstaan.

Brandklasse

Classificatie van brandbaarheid van een laminaatvloer in zogenaamde brandbaarheidsklassen. Deze moeten door de fabrikant worden vermeld. Vloerbedekkingen worden als "moeilijk brandbaar" beschouwd als ze zijn geclassificeerd in overeenstemming met de Europese norm EN 13501-1 voor vloerbedekkingen met de classificatie Bfl-s1 of Cfl-s1. Afkortingen: fl: flooring (vloerbedekking), s: smoke (rookontwikkeling), s1: geen / nauwelijks rook.

Dessin

Aanduiding voor het uiterlijk van een oppervlak van een laminaatvloer. Door middel van fototechnische reproductie kan er een willekeurig dessin aangemaakt en op zogenaamd dessinpapier worden afgedrukt, dat samen met de overlay de deklaag van de drielaagse laminaatvloer vormt. Bovendien kunnen er dessins ook rechtstreeks op de drager worden afgedrukt. Het dessinspectrum reikt van authentieke hout- en steenreproducties tot individuele, creatieve dessins.

Digitale print

Met digitale print wordt een methode aangeduid, waarbij het dessinbeeld als digitale record beschikbaar is, direct vanaf een computer naar een printer wordt verstuurd en daar door middel van piëzo- of inkjet-druktechnologie wordt verwerkt. Digitale print maakt een hogere mate van individualisering en het snel inspelen op klantwensen op nieuwe trends mogelijk, doordat er ook kleinere batches kunnen worden verwerkt, en dit bovendien in nog meer kleurvarianten en vrije keuze van het formaat. Er verandert niets aan de gevoelige bewerkingsstappen vanaf de keuze van de dessinsjabloon tot aan de kant-en-klare record in het productieformaat.

Direct print

Met directe print wordt een procedé aangeduid, waarbij het dessin rechtstreeks op de drager wordt afgedrukt. Het oppervlak wordt vervolgens gelakt.

DPL

Afkorting van het Engelse Direct Pressure Laminate (= direct verperst laminaat). Het betreft een procedé waarbij de dessinlaag en de steunlaag direct met de drager worden verperst.

Drager

Middelste laag van een laminaatvloer. Deze bestaat uit MDF of HDF. Op de drager worden dessinlaag + overlay (bovenzijde) en steunlaag (onderzijde) verperst.

Emissieklasse

Begrip dat in de productinformatie vaak wordt gebruikt. De aanduiding E1 betekent dat de wettelijk voorgeschreven formaldehyde-grenswaarde van 0,1 ppm (= 0,12 mg/m3 lucht) in acht wordt genomen. Merkfabrikanten liggen met hun kant-en-klare producten zelfs ver eronder.

Europese norm

In de Europese norm voor laminaatvloeren EN 13329 worden de criteria die aan een kwalitatief hoogwaardige vloer moeten worden gesteld alsmede de overeenkomstige testprocedures systematisch en compleet beschreven. Een belangrijk punt hierbij is het vastleggen van belastingsklassen. Hierdoor kan de consument een kwaliteitsproduct herkennen en afhankelijk van de toepassing de juiste keuze maken.

Geschiktheid voor stoelen met wieltjes

Specifieke gebruikseigenschap van vloeren. Deze wordt getest, door belaste zachte stoelwieltjes over een testvlak te laten roteren. Na vele duizenden rotaties wordt de vloer op beschadigingen onderzocht.

Groef en veer

Aan de zijkanten aangefreesde profielconstructie die het mogelijk maak de afzonderlijke panelen in elkaar te schuiven. De verbinding van groef en veer zorgt voor een stabiele vloerconstructie en beschermt de vloer tegen binnendringend vocht. In de loop van het ontwikkelingsproces van laminaatvloeren zijn er vanuit het traditionele houtbewerkingsprofiel complexe vergrendelsystemen (klikverbindingen) ontstaan, die zowel het leggen vergemakkelijken als de stabiliteit van de gelegde vloer waarborgen, alsmede een snelle demontage van de vloerdelen en reparaties mogelijk maken.

HDF

Afkorting voor het Engelse High Density Fibreboard (= hoogcompacte vezelplaat). Deze wordt doorgaans als drager voor de laminaatvloer toegepast. Vanwege de hoge materiaaldichtheid is HDF extreem belastbaar.

HPL

Afkorting voor het Engelse High Pressure Laminate (= persmateriaal voor hogedruklagen). Het betreft een procedé waarbij eerst dessinpapier en overlay met speciaal kraftpapier worden verperst. Pas daarna wordt dit zogenaamde persmateriaal voor hogedruklagen op de drager verlijmd.

Krasbestendigheid

Aanwijzing over het gedrag van een laminaatvloer bij krassen. De krasbestendigheid van een vloer geldt als een specifiek kwaliteitskenmerk. Deze wordt bepaald, door de punt van een diamant over een testvlak te trekken.

Laminaat

In de spreektaal gebruikelijke afkorting voor laminaatvloeren (zie Opbouw).

Leggen

Laminaatvloeren worden meestal "zwevend" gelegd, d.w.z. de vloer wordt anders dan bij bijv. tapijt niet met de ondergrond verlijmd. Met behulp van groef en veer worden de afzonderlijke panelen in elkaar geklikt. Bij het leggen altijd de specifieke instructies van de betreffende fabrikant in acht nemen!

Lichtechtheid

Aanwijzing over het gedrag van een laminaatvloer bij inwerking van licht. "Niveau 6 na blauwscala" wil zeggen dat de kleurechtheid ook bij een intensieve inwerking door de zon in hoge mate behouden blijft.

MDF

Afkorting voor het Engelse Medium Density Fibreboard (= mediumcompacte vezelplaat). Deze wordt vaak als drager voor laminaatvloeren gebruikt en is lichter dan de hoogcompacte vezelplaat (HDF).

Milieuvriendelijkheid

Laminaatvloeren bestaan hoofdzakelijk uit hout. Hout behoort tot de duurzame grondstoffen. Daarom staat laminaat bekend als milieuvriendelijk en duurzaam product, dat zelfs gerecycled kan worden. Zoals elk houtproduct bevat ook een laminaatvloer formaldehyde. Deze mogelijke emissiewaarden zijn echter zeer gering en liggen ver onder de wettelijk toegestane grenswaarde van 0,1 ppm (= 0,12 mg/m3 lucht), de zogenaamde E1-waarde.

Ongevoeligheid voor vlekken

Opmerking over het gedrag van een laminaatvloer bij middelen die dagelijks worden gebruikt, zoals levensmiddelen, dranken etc. Van het poriënvrije (= gesloten) oppervlak kunnen vlekken altijd zonder problemen worden verwijderd.

 

Onderlagen

Met behulp van de passende ondervloer wordt de vloeropbouw als geheel verbeterd en de levensduur verlengd.

Ook een hoogwaardige laminaatvloer kan pas al zijn voordelen aantonen, wanneer de ondervloer als onderdeel van het vloersysteem goed functioneert. Laminaatvloeren worden meestal zwevend gelegd. De ondervloer vormt de verbinding tussen laminaatvloer en ondergrond. 

Daarom ook heft de ondervloer belangrijke functies te vervullen ter bescherming van het complete vloersysteem: hij ontlast de klikverbinding van de vloerdelen en compenseert eventuele kleine oneffenheden van de ondergrond. Een degelijke ondervloer beschermt de laminaatvloer bij een dagelijkse belasting door het belopen ervan, bij het vallen van voorwerpen op de vloer, maar ook bij een langdurige belasting door zware meubels. Bovendien beschermt een ondervloer met de juiste dampremmende eigenschappen de vloer. Ten slotte optimaliseert de juiste ondervloer de eigenschappen van de laminaatvloer bij geluidsisolatie (contactgeluid en/of reflectiegeluid) of warmte-isolatie.    

Opbouw

Bij laminaatvloeren spreekt men van een drielaagse opbouw: 1. dessinpapier + overlay, 2. drager, 3. steunlaag. Dessinlaag, overlay en steunlaag zijn met een speciale, milieuvriendelijke hars geïmpregneerd. Deze worden onder hoge druk op de drager geperst.

Opzwellingsgedrag

De voegen van een gelegde laminaatvloer zijn gevoelig voor inwerkend vocht. Daarom moet gemorst water altijd direct worden weggewist. De randen van de vloerdelen kunnen echter bij het leggen met een speciale lijm worden behandeld, die effectieve bescherming tegen vocht biedt. Laminaatvloeren met bewerkte drager en randbescherming kunnen tegenwoordig zonder problemen in badkamers en in sauna's worden toegepast.

Overlay

Aanduiding van de bovenste laag van een laminaatvloer (ook wel loop- of gebruikslaag genoemd). De overlay bestaat voornamelijk uit melaninehars, dat aan de vloer zijn sterkte verleent. De overlay beschermt de onderliggende dessinlaag. Bovendien kunnen laminaatvloeren, bijv. direct bedrukte vloeren, ook worden gelakt.

Reiniging en onderhoud

Door het gesloten oppervlak van de laminaatvloer kan de vloer snel worden gereinigd. Stofzuigen en wissen – en klaar bent u! Tijdens het wissen erop letten dat de vochtopnemer goed is uitgewrongen. Men noemt dit ook wel "klamvocht" wissen.

Reparaties

Ernstig beschadigde vloerelementen kunnen door de vakman zodanig worden vervangen, dat er optisch geen verschillen met het totale oppervlak zichtbaar zijn. Om kleine beschadigingen te repareren worden reparatiesets aangeboden.

 

Ruimtegeluiden (loopgeluidreductie RWS) -- voetstapgeluiden (Contactgeluidsisolatie IS)

Ruimtegeluiden zijn de geluiden die bij het betreden van de laminaatvloer in de ruimte ontstaan. Men onderscheidt ruimtegeluiden van voetstapgeluiden. Voetstapgeluiden zijn geluiden die tijdens het lopen over een laminaatvloer in de onderliggende ruimten ontstaan. Met behulp van speciale isolatielagen kunnen zowel ruimtegeluiden als voetstapgeluiden worden verminderd resp. veranderd.

De Contactgeluidsisolatie wordt bereikt met een hoge IS-waarde, de Loopgeluidreductie met een hoge RWS-waarde.

Slijtagegetal/slijtageklasse

Als slijtagegetal duidt men de waarde aan waarmee de slijtvastheid van een laminaatvloer wordt aangegeven. De slijtwaarden worden in de zogenaamde Taber-test bepaald en volgens de Europese norm EN 13329 aan slijtageklassen toegewezen. Deze vormen een belangrijk onderdeel bij het vastleggen van belastingsklassen, die het toepassingsbereik van een laminaatvloer aanduiden. De slijtvastheid is een van vele factoren die worden meegenomen bij de beoordeling van de kwaliteit.

Steunlaag

Aanduiding voor de geïmpregneerde laag op de onderkant van de drager. Deze laag garandeert stabiliteit van de vloer.

Stootvastheid

Aanwijzing op het gedrag van een laminaatvloer bij inwerking van stoten, bijv. het vallen van een zwaar voorwerp. De stootvastheid van een vloer wordt in tests door middel van een vallende stalen kogel vastgesteld.

Taber-test

Klassieke methode voor het bepalen van het slijtgedrag van een laminaatvloer. Hierbij roteert een teststuk onder twee wielen die zijn voorzien van schuurpapier. Draaisnelheid, type en vervanging van het schuurpapier zijn voorgeschreven. Het aantal rotaties tot aan een bepaald punt, het IP (= Initial-Point) resulteert in het slijtagegetal. Dit wordt aan de slijtageklassen toegewezen.

 

Vloergeluidsisolatie

Onderlagen zorgen er bij een "zwevend" gelegde laminaatvloer voor dat het geluidsniveau merkbaar wordt verminderd. Deze kunnen direct met vloer verbonden of los onder de vloer worden gelegd. In de handel is een compleet assortiment vloergeluidsisolatieproducten verkrijgbaar.

Vloerverwarming

Een laminaatvloer is conform de informatie van de fabrikant geschikt om op ondergronden met een met warm water verwarmde vloer te leggen. De geringe doorlatingsweerstand heeft een positief effect op het verwarmingsvermogen.

VOC

VOC is de afkorting voor "volatile organic compounds" (= vluchtige organische stoffen). Hiertoe behoren o.a. alkaan/alkeen, aromata's, terpeen, ester, aldehydes, ketoon en halogeenkoolwaterstof.
In Europa zijn de VOC-emmissietests vastgelegd voor bouwproducten krachtens de technische specificatie ( CEN/TS 16516geharmoniseerde testmethode voor beoordeling van VOC-emissies uitbouwproducten). Deze heeft echter slechts betrekking op de testmethodes, niet op de eisen en grenswaarden. Deze zijn tot dusver op verschillende wijzen in individuele verordeningen of vrijblijvende VOC-labels en certificaten beschreven. Verder bestaan er enkele nationale technische verschillen. Eén uniforme Europese regeling van eisen en grenswaarden bestaat er momenteel nog niet. Voor de toekomst is gepland de nationale goedkeuringen door het CE-waarmerk te vervangen.

Wandafsluitlijsten / voetlijsten

Deze sluiten de vloer tot aan de wand af. In de handel zijn veel verschillende producten verkrijgbaar die bij de dessins passen. Interessante effecten zijn mogelijk door gebruik te maken van wandafsluitlijsten met een afwijkende kleur of door wandafsluitlijsten met LED-lichteffecten.

Wandafstand

Afstand tot aan de wand die bij het leggen van een laminaatvloer moet worden aangehouden. De zogenaamde rekvoeg garandeert dat de vloer – bijv. bij klimatologische omstandigheden – kan uitrekken. De afstand tot aan de wand moet minimaal 8 mm bedragen. Deze waarde moet ook bij verwarmingsbuizen, deurkozijnen, pijlers etc. worden aangehouden.

Naar boven